Wie krijgt 61.000 bitcoin? Londense rechter stelt eigendom uit
Wij geloven in volledige transparantie naar onze lezers. Sommige van onze artikelen bevatten links naar affiliate partners. Via deze samenwerkingen kunnen wij een commissie verdienen. Dit heeft echter nooit invloed op de onafhankelijkheid van onze analyses, meningen of reviews. Onze beoordelingen zijn uitsluitend gebaseerd op onze vastgestelde evaluatiecriteria. Lees meer.
Het Britse High Court heeft bepaald dat Chinees recht van toepassing is op claims rond 61.000 in beslag genomen bitcoin, met een waarde van meer dan $5 miljard volgens CoinGecko. De uitspraak bepaalt niet wie de activa uiteindelijk krijgt: eisers moeten in vervolgstappen onder Chinees recht aantonen dat zij eigendomsrechten hebben. De claims hangen samen met een investeringsfraude die volgens Cointelegraph tussen 2014 en 2017 door Zhimin Qian werd georganiseerd.
Waarom de keuze voor Chinees recht telt
De Britse autoriteiten namen de bitcoin in beslag tijdens een witwasonderzoek naar de opbrengsten van de fraude. De juridische vraag is nu niet alleen hoeveel slachtoffers geld verloren, maar ook of zij volgens het toepasselijke recht een direct eigendomsbelang in de bitcoin kunnen bewijzen.

De eisers wilden dat Engels recht werd toegepast. Dat had volgens de berichtgeving mogelijk ruimte geboden voor een directe eigendomsclaim; onder de gekozen route moeten zij hun aanspraken beoordelen laten worden volgens Chinees recht. Dat verschil kan bepalen of een slachtoffer als eigenaar van een deel van de bitcoin kan gelden of vooral als schuldeiser aanspraak maakt op compensatie.
In maart verzetten slachtoffers zich tegen een voorgestelde compensatieregeling met een Chinees herstelmechanisme. Zij vreesden dat die regeling Britse autoriteiten een groot deel van de waardestijging van de bitcoin zou laten behouden. Volgens eerdere berichtgeving van Cointelegraph waren meer dan 128.000 investeerders door de fraude geraakt; het advocatenkantoor Candey vertegenwoordigde volgens die berichtgeving ongeveer 5.700 slachtoffers.
De afhandeling sluit aan bij bredere juridische discussies over hoe gestolen of bevroren cryptotegoeden worden behandeld. Ook bij de juridische nasleep van cryptofraude kunnen de strafrechtelijke zaak en de vraag wie recht heeft op de activa afzonderlijke trajecten vormen.
Eigendom en verdeling blijven open
De beslissing draagt de bitcoin niet over en stelt niet vast of individuele slachtoffers aan de voorwaarden voor eigendom voldoen. Ook ligt er nog geen oordeel over compensatie of de verdeling van eventuele opbrengsten. Die punten komen pas aan bod nadat de rechtbank de relevante regels van Chinees recht heeft onderzocht.
De zaak blijft bij het High Court in Londen en wordt dus niet naar een Chinese rechtbank verplaatst. De volgende fase bestaat volgens de berichtgeving uit deskundigenbewijs over de inhoud en toepassing van Chinees recht. Daarmee verandert vooral de juridische toets die eisers moeten doorstaan; de uitkomst over de bitcoin zelf staat nog niet vast.

Aanklagers hebben eerder gewaarschuwd dat bepaalde claims ertoe zouden kunnen leiden dat een kleinere groep slachtoffers en procesfinanciers meer terugkrijgt dan hun daadwerkelijke verliezen. Dat bezwaar is niet hetzelfde als een oordeel over de huidige eigendomsvragen. De rechtbank moet nog beoordelen welke aanspraken onder Chinees recht geldig zijn.
De zaak laat zien hoe geschillen over bevroren cryptotegoeden niet automatisch worden opgelost doordat activa in beslag zijn genomen: de juridische grondslag voor eigendom blijft doorslaggevend. De bitcoin blijft onderwerp van de Londense procedure zolang die beoordeling loopt.
Beroep en volgende procedurestappen
Advocatenkantoor Fieldfisher, dat eisers vertegenwoordigt, werkt volgens de Financial Times aan beroep tegen de beslissing. De Crown Prosecution Service zei volgens die krant dat een volgende zitting moet bekijken hoe Chinees recht op de claims wordt toegepast en of slachtoffers een belang in de in beslag genomen activa kunnen aantonen.
De frauduleuze investeringen dateren volgens de zaak van 2014 tot en met 2017. Na de inbeslagname en het verzet tegen de compensatieregeling in maart koos rechter Mark Turner op maandag 12 oktober 2026 Chinees recht als toetsingskader. De komende deskundigenprocedure moet uitwijzen of de eisers binnen dat kader eigendomsrechten kunnen onderbouwen; pas daarna kan de rechtbank verdere conclusies trekken over de claims.